Honing


Herkomst


Honing is als sinds mensenheugenis een begeerd natuurproduct voor menselijke voeding en gezondheid. In de vroegste geschriften vinden we al vermeldingen naar de medicinale werking van honing. De bijen werken hard om honing te produceren: voor één kilo honing leggen ze een afstand tussen de 40.000 en 50.000 kilometer af, wat overeenkomt met ongeveer één rondje om de aarde! Er bestaan twee hoofdsoorten van honing. De bijen kunnen namelijk honing maken uit de nectar van bloemen, maar bijen kunnen ook honing maken uit honingdauw. Nectarhoning is echter de meest gebruikelijke vorm van honing die wij in onze omgeving tegenkomen.

Nectar

Zodra de temperatuur in de lente boven de 15°C uitkomt, beginnen de haalbijen hun zoektocht naar nectar en pollen. Tijdens hun vluchten zuigen ze de vloeibare nectar op uit de nectariën van bloemen, slaan deze op in hun honingmaag en brengen deze naar het volk om verder te verwerken tot honing.

Honingdauw

Honingdauw is een heldere nectarachtige vloeistof die wordt afgegeven door veel soorten blad- en schildluizen. De blad- en schildluizen voeden zich met plantensappen, voornamelijk van bomen. Deze plantensappen bevatten veel suikers, maar slechts weinig eiwitten. Om aan voldoende eiwitten te komen moeten de luizen dus zeer veel plantensap uit de plant opzuigen. Tegelijkertijd krijgen de diertjes dan ook zeer veel suikers binnen. Deze hebben ze niet allemaal nodig en worden daarom via een speciale klier in druppeltjes afgescheiden. Bijen zuigen deze druppeltjes weer op en brengen de honingdauw vervolgens naar de bijenkast om dit te gebruiken als basisstof voor het maken van honing.

Hoe maken bijen honing?

Nectar en honingdauw worden door de bijen als grondstof gebruikt om honing te maken. Deze stoffen worden meegenomen naar de bijenkast. Daar worden deze stoffen door de thuisbijen aangenomen en vervolgens van bij tot bij doorgegeven. Hierbij ondergaat de nectar of de honingdauw een verwerkingsproces: de haal- en thuisbijen verrijken de grondstoffen met enzymen uit hun speeksel- en hoofdklieren. Door hun vleugels als ventilator te gebruiken verdampen ze het water en brengen zo het vochtgehalte terug van 80% tot 15-18%. Wanneer de honing rijp is wordt deze met een wasdekseltje verzegeld. Dit is het teken voor de imker dat de honing klaar is om geoogst te worden.

Winning


De honingraten die de bijen als voedselvoorraad aanleggen worden uit de bijenkast gehaald en verder verwerkt om uiteindelijk te kunnen verkopen. De imker doet er goed aan om in verband met de voedselvoorraad niet alle honing uit de bijenvolk te nemen. Nadat de imker de honing uit de bijenkast heeft gehaald zij er verschillende manieren om de honing verder te verwerken, te weten slingeren, persen, uitsnijden en uitlekken. Wanneer de honingraten alleen uit het raam worden gesneden en vervolgens verkocht worden, wordt dit raathoning genoemd. Raathoning wordt in Nederland amper verkocht. In het buitenland gebeurd dit wel veel. Druphoning is honing die simpelweg door het uitlekken en door een passeerdoek/ kaasdoek uitdrukken van honingraten is ontstaan. Honingraten kunnen ook in een special pers worden geperst. Het uiteindelijke resultaat wordt dan pershoning genoemd.

De honing die echter in Nederland het meest in de handel wordt aangeboden is geslingerde honing. Om honing te slingeren worden allereerst de honingraten in het raam ontzegeld met een ontzegelvork. Hierna kan de honing in een speciale honingslinger uit de raten worden geslingerd. Deze honing kan vervolgens worden gefilterd en eventueel geroerd tot een crèmehoning.

Een imker kan normaal gezien in Nederland in een goed jaar ongeveer 20 tot 40 kg honing per jaar per bijenvolk oogsten. Door echter met de bijen te reizen en van dracht naar dracht te gaan (bijvoorbeeld in de volgorde fruitbomen, koolzaad, akazia/ robinia, linde, tamme kastanje en heide) kan de honingopbrengst verdrievoudigd worden.

Inhoudsstoffen


De volgende inhoudsstoffen bevinden zich in honing:

 

Suikers Glucose 30-40%
Fructose 30-40%
Di- en polysacchariden 5%
Water 15-18%
Aminozuren en Enzymen Amylase
Saccharase
Glucoseoxydase
Phosphathase
Katalase
Methylglyoxal
Inhibine
Organische Zuren Gluconzuur
Citroenzuur
Mierenzuur
Hormonen Acetylcholine
Choline
Vitamines vitamine B1 (thamine), vitamine B2 (riboflavine), vitamine B3 (niazine), vitamine B5 (pantotheenzuur), vitamine B8 (biotine), vitamine B11 (foliumzuur) en vitamine C
Mineralen chloor, ijzer, kalium, calcium, koper, magnesium, mangaan, phosfaat, natrium, zwavel en silicium <1%
Geur(aroma)- en Kleurstoffen
Pollen en Stuifmeel sporen

Meer over de suikersamenstelling van honing kun je lezen in ons artikel over gekristalliseerde honing.

Eigenschappen

Bij inwendig gebruik:

-geeft honing energie,

-reguleert honing het honger gevoel,

-bevordert honing de stofwisseling,

-ondersteund honing de spijsvertering en de werking van de lever,

-werkt honing ontstekingsremmend, antibacterieel en ondersteunend op het immuunsysteem,

-normaliseert en reguleert honing de psyche,

-verlaagt honing de bloeddruk en versterkt de hartspier

-regenereert honing cellen.

Ook kan honing de bloedsuiker verlagen, maar dit effect wordt vooral gezien bij het intraveneus injecteren van honing.

Bij uitwendig gebruik werkt honing:

-reinigend,

-celregenererend,

-wondhelend,

-litteken voorkomend,

-ontstekingsremmend en antibacterieel,

-regulerend op de waterhuishouding van de huid.

Bovendien houdt honing door zijn pH-waarde tussen de 3,3 en de 4,6 de zuurmantel van de huid in tact. Chronische wonden zijn vaak alkalisch. Bij chronische wonden zorgt honing er voor dat de pH waarde daalt (zuurder wordt) waardoor de wondgenezing op gang kan komen

Soorten honing

Elke honingsoort heeft zijn eigen specifieke eigenschappen, die men in de voeding alsmede de apitherapie kan benutten. Hieronder vindt u een aantal voorbeelden:


Acaciahoning – Acaciahoning bevat weinig zuren en wordt daarom bij brandend maagzuur goed verdragen. Op grond van zijn hoge fructosegehalte wordt acaciahoning aan diabetici aanbevolen.


Bloemenhoning – Bloemenhoning werkt versterkend, stimuleert de eetlust en is geschikt voor desensibilisatie bij pollenallergie.


Boekweithoning – De inhoudsstoffen van boekweithoning zijn hulpzaam bij luchtwegklachten en in de wondheling.


Heidehoning – Heidehoning wordt bij voorkeur ingezet bij nier- en blaasklachten.


Kastanjehoning – Kastanjehoning geeft snel energie en ondersteunt de bloedcirculatie. Lees meer over tamme kastanjehoning in onze special van mei 2015.


Lavendelhoning – Lavendelhoning werkt rustgevend en ontspannend.


Lindehoning – Lindehoning helpt bij verkoudheid met koorts en werkt rustgevend.


Paardenbloemhoning – Paardenbloemhoning stimuleert de spijsvertering en met name de nieren en de lever. Lees meer over paardenbloemhoning in onze special van april 2015.


Tijmhoning – Tijmhoning helpt bij verkoudheid.


Woudhoning – Woudhoning, ook wel boshoning genoemd, wordt bij voorkeur gebruikt bij luchtwegklachten en voor wondheling. Ook bevat woudhoning omdat dee gemaakt is van honingdauw en niet van nectar veel meer mineralen.


Zonnebloemhoning – Zonnebloemhoning kan worden gebruikt bij koorts om koorts te verlagen.

Bereidingen

Honing kan op verschillende manieren worden gebruik, bijvoorbeeld:

puur (zowel inwendig als uitwendig),


aftreksels/ thee (zowel inwendig als uitwendig, bijvoorbeeld gecombineerd met salie- of tijmthee)


crèmes of zalven (uitwendig, bijvoorbeeld toegevoegd aan wondverzorgingsproducten),


omslagen en pakkingen (uitwendig, bijvoorbeeld gecombineerd met klei/ leem),


peeling (uitwendig, bijvoorbeeld gecombineerd met (dode zee)zout),


honing-olie mix (zowel in- als uitwendig, maar voornamelijk uitwendig gebruikt, bijvoorbeeld gecombineerd met goede kwaliteit plantaardige oliën),


intraveneus geïnjecteerd (bijvoorbeeld honing opgelost in zoutoplossing)


keelpastilles

Toepassingen

Honing kan heel breed worden toegepast.

Inwendig onder andere bij:

-keelklachten,

-onder controle krijgen van pollenallergie en hooikoorts,

-stress,

-verlaagd energieniveau,

-hoge bloeddruk,

-ADHD,

-type 2 diabetes (intraveneus geïnjecteerd),

-aanvullend bij chronische klachten,

-aanvullend bij aandoeningen met (ernstige) vermoeidheid,

-aanvullend bij ouderdomsklachten.

Uitwendig bij bijvoorbeeld:

-wondverzorging,

-open been,

-droge huid met schilfers,

-cosmetisch,

-honingmassage (uitwendig, staat bekend om ontslakkende, ontgiftende, doorbloeding bevorderende, pijnstillende en oppeppende/ stimulerende werking. Honingmassage wordt qua werking gezien als een combinatie van bindweefselmassage, zuigmassage door middel van zuignappen en lymfedrainage, maar kan wanneer deze verkeerd wordt uitgevoerd zeer pijnlijk zijn).

Uit wetenschappelijk onderzoek van Berg en Koning (2008) blijkt dat de meeste honingsoorten in tegenstelling tot de meeste andere zoetstoffen ook (met mate) kan worden gebruikt bij mensen met een glucoseintolerantie, diabetes of insulineresistentie. Honing heeft namelijk een zeer lage glycemische index waardoor de insulinespiegel in het bloed slechts gering stijgt. Ook bevat honing van nature allerlei enzymen die er voor zorgen dat de suikers uit honing zeer goed door het lichaam kunnen worden opgenomen. In tegenstelling tot geraffineerde suiker is honing ook geen voedingsstoffen rover. Om geraffineerde suiker in het lichaam te kunnen opnemen zijn verschillende voedingsstoffen nodig die de suiker niet bevat en het menselijk lichaam dus uit andere bronnen moet halen. Honing bevat deze stoffen al van nature.


(2018)
MENU